nexcob

De meeste patiënten die kunstmatig beademd worden op de intensive care kunnen na herstel van de oorzaak van respiratoire insufficiëntie weer snel geextubeerd worden. Bij een aantal patiënten kan ondanks het verhelpen van de primaire oorzaak van de respiratoire insufficiëntie ontwenning van de beademing moeilijk zijn.
De differentiaal diagnose van moeilijke ontwenning van de beademing is breed. Frequente oorzaken zijn ademspierzwakte en systolisch hartfalen. Maar ook minder bekende oorzaken waaronder late onset congenitale myopathtie, nerveus phrenicus letsel, verlaagde ademdrive, diastolisch hartfalen, metabole ontregelingen kunnen een belangrijke rol spelen. Voor achtergrond informatie verwijzen wij naar een recente publicatie (The ABC of weaning, Heunks en van der Hoeven, Critical Care, 2010).

De Nederlandse intensivist is goed getraind in het ontwennen van de beademing en intensive care afdelingen zijn over het algemeen goed uitgerust om deze patiënten adequaat te behandelen. Bij een aantal patiënten is de oorzaak voor moeilijke ontwenning van de beademing moeilijk te identificeren. Expertise en gespecialiseerde apparatuur is dan gewenst.

Het NExCOB verzorgt uitgebreide diagnostiek voor patiënten die moeilijk te ontwennen zijn van de beademing. Na analyse vindt overleg plaats in het „weanteam” waarna een behandeladvies geformuleerd wordt. De verwijzer wordt middels een uitgebreide brief en eventueel telefonisch overleg op de hoogte gebracht.
Ook na overplaatsing naar het verwijzend centrum kan verder overleg over de patiënt plaats vinden over de patiënt.